Berichten

In mijn kinderjaren waren Bassie en Adriaan mijn helden op de Nederlandse televisie. Met natuurlijk de clown en acrobaat als hoofdrolspelers, maar ook met glansrollen voor de baron, B2 en Vlugge Japie. B2 was de halfdove boef, die of Oost-Indisch doof was, of een gehoorprobleem had. Zijn gevleugelde uitspraak was: “Watzeggie?”, als hij weer eens iets niet verstond. En ik heb de afgelopen weken vaak aan hem gedacht. Want meerdere malen zei ik vertwijfeld “Watzeggie?” tegen mensen van de klantenservice.

Als ik ze aan de lijn had, werd er óf gemompeld, óf te snel gesproken. Of ik had iemand uit Limburg of Twente aan de telefoon. Die accenten vind ik prachtig. Maar als het accent de overhand heeft en ik de technische informatie die ik nodig heb niet versta, is de pret van het accent wel weg.

Laat ik maar direct to the point komen. Verstaanbaarheid is de basis, het fundament, het beginsel van een goed telefoongesprek. Je moet kunnen begrijpen en verstaan wat die persoon zegt. Dat ik als klant aan de andere kant van de lijn – en in mijn geval met een goed werkend gehoororgaan – snap wat iemand zegt. En dan heb ik het niet over ingewikkeld taalgebruik, jargon of de inhoud. Nee, gewoon verstaanbaar Nederlands praten. Of Engels.

Want laten we heel eerlijk zijn. Heb je wel eens een Engelstalig callcenter gebeld, waarbij je werd doorverbonden met iemand in India? Ik weet niet hoe jij zo’n gesprek ervaart, maar ik heb vaak de grootste moeite om chocola te maken van wat er wordt gezegd. Het klinkt zangerig en verrukkelijk.

Maar als ik het daardoor niet kan verstaan?! Dan heb je in mijn optiek toch gefaald. Ik bel daarna dan nog maar een keer, in de hoop dat ik deze keer iemand anders aan de lijn krijg. Iemand die wel articuleert en beter algemeen beschaafd Engels spreekt (als dat bestaat). Dat zijn dan dus twee telefoontjes, in plaats van één en je bent onnodig meer tijd kwijt. Niet goed voor de KPI’s en zeker niet voor mij als klant.

Het is een heikel onderwerp. Want verwerp ik mensen met een accent of een dialect? Zeker niet. Maar het is wel belangrijk dat je verstaanbaar en te begrijpen bent. Zeker als je aan de telefoon zit en dat jouw professie is. Klantenservice is een vak. De basis ervan is toch wel een stem die ik kan volgen. Dus. Vraag aan klanten of ze je medewerkers goed verstaan. Luister gesprekken terug en kijk goed naar signalen uit klantfeedback. Slechte verstaanbaarheid is vaker aan de orde dan je denkt en je wil toch geen klanten, die zich uiten als de Baron. Die gek werd van B2 en steeds maar riep: “Drommels, drommels, drommels!”

 

Dit blog werd geschreven voor CustomerFirst en gepubliceerd op 7 oktober 2020

Geen blog meer missen? Schrijf je in voor mijn maandelijkse CX Greetz!

Het is een beroemd en prachtig boek: Liefde in tijden van cholera, van Gabriel García Márquez. Nu zou ik ook een intrigerend boek kunnen schrijven: Liefde in tijden van corona. Net even anders, maar met een spannend plot, de nodige ellende en een gelukkig eind.

Nu is er beperkte ruimte voor deze column, dus hou ik het kort en krachtig. Wij gingen trouwen. 15 mei 2020 was ons plan. En toen brak deze pandemie uit. Alles werd anders. Moet je dan wel trouwen? Een groots feest geven kon niet. Maar waarom wilden wij ook alweer trouwen? Juist, de essentie kwam boven. Liefde, onze mama’s en kinderen erbij en alles goed geregeld hebben voor elkaar. Wij wilden dus trouwen. Niet met een flitshuwelijk aan een balie. Anders hadden we daar wel voor gekozen. Nee, met een ceremonie en het liefst in het stadhuis van Utrecht. Natuurlijk in een klein gezelschap mét alle anderhalvemeterregels die erbij horen. We wilden een lichtpuntje, juist in tijden van corona. Helaas hadden we de pech dat de gemeente Utrecht bedacht had dat alle huwelijken óf een flitshuwelijk, óf een huwelijk met maximaal zes personen moesten zijn. De moed zakte me in de schoenen. De stoom kwam uit mijn oren, ik heb zelfs ergens ‘beleidssnurker’ geroepen. Sorry! (Dit verhaal loopt écht goed af, wacht maar af.)

Ik liet me niet afschepen. Niet door beleid, niet door zelfbedachte regeltjes. Bellen, twitteren en afwachten… Niet mijn sterkste kant. Misschien kwam er goed nieuws tijdens de persconferentie. Helaas. Ons lot lag in de handen van de gemeente. En daar troffen we Anita en Kitty (en vast andere collega’s waar ik geen weet van heb). Zij gingen op zoek naar wat wél kon, lieten zien te willen helpen. Lieten ons niet in de kou staan, pakten door. En regelden het! Wij konden trouwen in het stadhuis, nadat het ruim twee maanden dicht was geweest. De oude raadszaal werd geschikt gemaakt voor het ‘nieuwe normaal’. Met een plexiglasplaat voor de getuigen bij het ondertekenen en stoelen op anderhalve meter afstand. Ze regelden zelfs een livestream. Zodat iedereen die er niet bij kon zijn, toch kon meebeleven. Onze ceremonie was intiem, veel magischer dan we gehoopt hadden. De zon scheen: ik verdenk de gemeente Utrecht ervan dat ze dit ook geregeld hebben. De beiaardier van de Dom speelde Dancing Queen voor ons. Ik kan het nog steeds niet geloven. Het kon dus wél. Dank ladies van de gemeente Utrecht. Jullie zijn mijn helden als het gaat om liefde in tijden van corona.

 

Dit blog werd geschreven voor CustomerFirst en gepubliceerd op 1 juli 2020

Geen blog meer missen? Schrijf je in voor mijn maandelijkse CX Greetz!

Ok, het is eind januari als je deze column leest. Alleen schrijf ik het, nu we nét het jaar zijn begonnen. En traditioneel denken we dan collectief na over onze goede voornemens.

Ik zou geen CX-expert zijn, als ik die voornemens niet aan klanten zou koppelen. Daarom geef ik je een mooi overzicht van 20 Goede Klantvoornemens. Hopelijk zijn ze in jouw organisatie al volkomen normaal. Laten we dat eens checken.

  1. Wij gebruiken geen kleine lettertjes, die we eigenlijk niet goed kunnen uitleggen.
  2. No-reply e-mailadressen doen we niet aan. Want het is toch raar dat wij als organisatie wel tegen een klant mogen praten, maar dat deze niets mag terugzeggen.
  3. Onze enquêtes zijn kort en krachtig en zien er tof uit.
  4. Vult een klant een enquête in, dan doen we er ook iets mee. We verbeteren onze dienstverlening en koppelen terug wat we hebben gedaan.
  5. Wij reageren op reviews die de klant achterlaat.
  6. Wij vinden de klant leuk en dat ervaart deze in al ons klantcontact.
  7. Als we beloven een klant terug te bellen, dan doen we dat ook.
  8. Natuurlijk hoeft de klant zijn of haar verhaal nooit te herhalen, wij gebruiken ons CRM-systeem zodanig dat alle collega’s weten wat er besproken is.
  9. Komt onze klant er digitaal niet uit, dan bieden we een alternatief.
  10. Wij bedanken de klant, omdat deze al jarenlang klant is. Als nieuwe klanten een leuk aanbod krijgen, dan krijgen onze gewaardeerde klanten dat aanbod natuurlijk ook.
  11. Wij verstoppen ons telefoonnummer niet op onze website.
  12. Ons management draait regelmatig mee aan de ‘voorkant’, zodat ook zij van onze klanten mogen genieten.
  13. We sturen onze klanten misschien dit jaar wel een kaartje. Met hun verjaardag, of gewoon omdat we dat leuk vinden.
  14. Bij ons staat een klant nooit lang in de wacht, ook niet als we de Belastingdienst zijn.
  15. Wij gebruiken geen irritante wachtmuziek.
  16. Gaat er iets mis, dan zeggen we welgemeend ‘sorry’ en lossen we het op.
  17. Wij geven nooit een andere organisatie de schuld als iets misgaat, maar nemen zelf de regie.
  18. Onze brieven zijn in begrijpelijke taal geschreven.
  19. Wij vragen nooit om negens en tienen voor onze dienstverlening, maar zijn oprecht nieuwsgierig naar iedere klantervaring.
  20. Natuurlijk is ons contactcenter ook ’s avonds en/of in het weekend open, als onze klant daar behoefte aan heeft.

Staan er punten in deze lijst die je nog niet voor klanten doet? Besluit dan om het vanaf vandaag anders te gaan doen. Aan de slag. Happy 2020!

 

Dit blog werd geschreven voor CustomerFirst en gepubliceerd op 29 januari 2020

Geen blog meer missen? Schrijf je dan in voor mijn maandelijkse CX Greetz!

Wat vind jij? Een ja of een nee? Ik ben benieuwd. Maar voordat ik mijn opinie in de rondte strooi, neem ik je mee in een experiment.

Stel. Je wordt wakker en bent vrolijk. Je springt fris en fruitig uit je bed. Want je hebt er zin in. Je gaat vol passie aan de slag. Je loopt de keuken van de McDonalds in, groet je collega’s en start (na je handen te hebben gewassen; natuurlijk!) met een bestelling van een BigMac. Wat doe je?

  1. Je hebt dit al zo vaak gedaan, dat je niet meer naar het plaatje van deze hamburger hoeft te kijken. Maar je weet precies hoe de opbouw is. Broodje, saus, sla, tomaat, augurk, twee hamburgers, een plakje kaas en nog meer saus (voor de echte kenners, ik hoop dat ik het goed heb). Dus je bouwt de hamburger zoals die hoort, stopt hem in het doosje en hopsa; klaar om gegeten te worden.

Of

  1. Vandaag ga je out of the box. Je hebt iets gehoord van je manager over autonomie en je gaat deze hamburger nóg lekkerder maken. Beetje meer saus, beetje minder vlees. Want ja, dat is niet goed voor het milieu. Misschien is drie plakjes tomaat wel een goed idee. Gewoon even jouw passie erin en klaar is Klara. Hamburger in het doosje en hopsa; klaar om gegeten te worden.

Wat doe je: 1 of 2? Ik hoop scenario 1, want dat is precies wat de klant verwacht. Hopelijk wordt de hamburger met een grote glimlach aan de klant overhandigd en is het ook qua customer service op orde.

Want dat is waar de klant centraal over gaat. Over dat de klant een product of dienst in een bepaalde mate van consistentie verwacht en krijgt. Dat vergt kaders. Waar moet die consistentie voor jouw bedrijf aan voldoen? Is dit een bepaalde snelheid, kwaliteit, tone-of-voice, of opbouw van de hamburger? Ja, natuurlijk kun je net dat beetje meer geven, qua service of een extraatje. Maar de basis is die hamburger, dat product.

Dus nee. De klant centraal is niet van ons allemaal. Het fundament van de klant centraal is van die personen die het fundament ontwerpen. Dat kan het customer experience team zijn. Of bijvoorbeeld marketing, of het klantcontactcenter. Zij zetten kaders op waar je je aan kan en wil houden. En als je dan net dat beetje extra weet te geven als medewerker… Die glimlach. Die service. Die briljante BigMac. Dat echte klantcontact. Dan heb je het gemaakt. En staat de klant centraal. Daar mag je dan hartstikke trots op zijn.

 

Dit blog werd geschreven voor CustomerFirst en gepubliceerd op 16 oktober 2019

Geen blog meer missen? Schrijf je dan in voor mijn maandelijkse CX Greetz!

Mijn nieuwe bank zou worden geleverd. Ruim zeven weken later dan gepland. Er was iets met stoffen (of het ontbreken ervan), leveringsissues en gedoe in de fabriek in Italië. Helemaal netjes ging de communicatie niet, máár er was goed nieuws. De bank was in Nederland en stond bij het transportbedrijf.

Ik werd gebeld door een vriendelijke dame, die vroeg wanneer het schikte om de bank te bezorgen. Nu had ik op de dag dat de aflevermannen in Utrecht zouden zijn, al een lunchafspraak staan. Dus ja, ze konden komen tussen 11.30 en 12.00 uur, maar ik moest écht om 12.30 uur weg. Vriendelijk vertelde ze mij: “Ik sta ervoor in dat de mannen op tijd zijn. Dat beloof ik u.” Hmmm, hele klare taal. Maar toch: zou dit goed gaan? Een dag van tevoren zou ik een e-mail ontvangen, met daarin de bevestiging en het moment van levertijd. “En als u die e-mail ontvangt, maakt u zich dan geen zorgen. Want er zal worden vermeld dat we leveren tussen 11 en 12 uur. Dat betekent voor u dat we er rond 11.30 uur zijn. Echt, ik beloof het u gewoon nog een keer.”

Tuurlijk. Niet helemaal gerustgesteld had ik ondertussen tegen mijn lunchafspraak gezegd dat ik waarschijnlijk iets verlaat zou zijn. Want ja, je weet het natuurlijk nooit met verkeer, bezorgers en afspraken. De e-mail arriveerde in mijn mailbox met exact de zin over de tijden erin, zoals de aardige mevrouw had aangekondigd. Ook gaven ze me in diezelfde e-mail een tip: als ik met pin wilde betalen, moest ik even checken wat mijn daglimiet was, want daar ging het nog weleens mis. De suggestie was om hierover even contact op te nemen met mijn bank, aangezien dit eenvoudig was aan te passen. Ha! Dát is meedenken met mij als klant. Want ik had inderdaad geen idee wat mijn daglimiet was. Ik logde in bij mijn bank en binnen een poep en een zucht was mijn daglimiet geschikt voor de transactie morgen.

Vrijdagochtend, 11.00 uur. De telefoon gaat. Een voor mij onbekend 06-nummer. Een naar voorgevoel bekruipt me. Zouden ze toch te laat zijn? “Hallo mevrouw, hier uw bezorger. We rijden nu uit Woerden weg. En zijn dus ruim op tijd in Utrecht, zodat u naar uw lunchafspraak kan om 12.30 uur.”

Sprakeloos. Met een grote glimlach. Niet alleen had de planmevrouw mijn wensen in het systeem gezet, de bezorgers hadden het ook gelezen en er rekening meegehouden. Chapeau TS Meubeltransport. De bezorgers bleken tevens perfecte monteurs. De bank staat, ze namen alle verpakkingszooi mee en ik was ruim op tijd bij mijn lunch. Het kan dus wél!

 

Dit blog werd geschreven voor CustomerFirst en gepubliceerd op 5 juni 2019

Geen blog meer missen? Schrijf je in voor mijn maandelijkse CX Greetz!

Jarenlang ging ik elke zaterdagochtend naar een banketbakker. Niet zomaar een banketbakker, maar de beste bakker van de stad. Voor knapperige baguettes, kunstwerkjes van gebak en de lekkerste bonbons. Ik moest er best een stukje voor fietsen en stond voor mijn lekkernijen in een lange rij, maar dat had ik er graag voor over. Toch ben ik met dit zaterdagse ritueel gestopt. Ik scharrel tegenwoordig wat rond voor brood.

Soms neem ik brood mee als ik boodschappen doe in de supermarkt, haal ik op zaterdag mijn croissants op de markt of haal ik ’s ochtends doordeweeks heel vroeg versgebakken brood bij de warme bakker vier straten verderop. Waarom kom ik niet meer bij deze patisserie? Was het brood niet meer lekker? Waren de gebakjes bedorven?

Niks van dat alles. Er stonden altijd verschillende leuke meisjes als zaterdaghulp en dan hoopte ik dat één van hen me hielp. Soms had ik pech en werd ik geholpen door de eigenaresse van de zaak. Deze chagrijn corrigeerde me als ik de naam van een gebakje niet correct uitsprak. Of ze keek me gewoon de rij uit. Hoe vrolijk die taartjes ook naar me lonkten, terwijl ik in de rij stond rekende ik uit hoeveel klanten er voor me waren. Aan de hand van hoe snel iedereen werd geholpen duimde ik bijna dat ik niet door de grote bazin geholpen werd. Te gek voor woorden.

Totdat ik besefte dat ik met tegenzin naar deze bakker ging. Dat ze dan wel het allerlekkerste brood en gebak van de stad en misschien de regio maakten, maar dat ik geen zin meer had om haar onder ogen te komen. Dat ik dat ongemakkelijke gevoel niet meer wilde. Ik besprak dit een keer met iemand die de bakkersfamilie goed kent. Hij vertelde dit gevoel wel te herkennen. Of ik haar hier een keer op wilde aanspreken? Tja, ik heb het overwogen, maar voel me daar niet echt comfortabel bij. Ik blijf dus gewoon weg. Eén klant minder voor deze bakker.

Ik ga nu voor leuke mensen rondom brood en gebak. Mensen die er zin in hebben om me te helpen. Het brood is sindsdien wat minder knapperig. De taartjes net iets minder kunstig. Maar ik ga dus voor ‘leukst’ boven ‘lekkerst’. Service boven productkwaliteit. Natuurlijk had ik het liefst de combi gehad, maar die is even niet voorhanden.

Nu vermoed ik dat ik niet de enige ben die zulke keuzes maakt. Wat doe jij in zo’n geval?

 

Dit blog werd geschreven voor CustomerFirst en gepubliceerd op 1 augustus 2018

Geen blog meer missen? Schrijf je in voor mijn maandelijkse CX Greetz!

Bij het boeken van het uiteindelijk gekozen hotel in Maastricht, kreeg ik van de foto’s op Booking.com direct een vrolijk gevoel. Dat eerste sentiment van ‘Ja, daar wil ik slapen’ is voor mij wel een cruciale, of het nu een overnachting voor werk of privé is. Alleen al de plaatjes zetten de positieve toon, en de reviews van andere gasten (of zal ik logés zeggen, maar daarover straks meer) waren ook al laaiend enthousiast. Het hotel in kwestie scoort een 8,4 en klanten roemen het ontbijt, de schone kamers en het gratis kopje welkomstsoep. Al verder lezend in de reviews kwam ik ook het ‘Slaapmutsje’ tegen. Dit maakte me – helemaal als customer experience professional – erg nieuwsgierig . Wat doen ze daar zo slim?

Bij een korte verkenning op de eigen website van het hotel, kwam ik deze zin tegen: ‘Bij ons kom je logeren, niet overnachten’. Daar viel voor mij het kwartje: dat is het onderscheidend vermogen van dit logement. Niet een 13-in-een-dozijn hotel, maar een hotel met eigen identiteit. Ze hebben dan ook geen hotelkamers, maar logeerkamers. ‘Bij ons wordt de gastvrijheid zo echt als thuis of bij vrienden. Je krijgt 4 sterren en je betaalt voor 3 sterren. De vierde ster is gratis, met complimenten van de zaak.’ Gaaf hè?! Dat is toch wat je wil als klant? Tenminste, als je de klant in hun doelgroep bent, en toevallig ben ik dat. Dus, ik boekte dit hotel en verheugde me op mijn verblijf.

Bij de aankomst in de hotellobby, die hier niet lobby maar woonkamer heet, voelde ik me ook meteen thuis. Mooie banken en stoelen, maar weer net niet te chique. Veel hout, bloemen en vriendelijke receptionistes, en natuurlijk dat kopje welkomstsoep: mosterdsoep vanavond. Om 21 uur mochten we ook het slaapmutsje nemen, laten we het een ‘slok van het huis’ noemen. Ik werd er vrolijk van. Ik liep een rondje door de woonkamer en mijn oog viel op een aquarium vol goudvissen. Daarop een bordje met de tekst ‘Een vis als logé op je kamer? Dat kan! Voor € 3,50 krijg je gezelschap van onze goudvis.’ Mijn glimlach werd groter en groter. Wat ontzettend slim van dit hotel. Ze hebben het logéconcept omgezet naar een cross-sell-kans. En dan ook nog één die mij een goed gevoel geeft.

Een moment in mijn klantreis, om niet snel te vergeten. Dank lieve Blub, het was een onvergetelijke logeerpartij. Ik kom snel weer!

 

Dit blog werd geschreven voor CustomerFirst en gepubliceerd op 25 april 2018

Geen blog meer missen? Schrijf je in voor mijn maandelijkse CX Greetz!